mypension.be
U bent hier: Professional Uitkeringen van de FPD De IGO De aanvraag
De Inkomensgarantie voor ouderen aanvragen

Schrijf u in voor de e-news
Basic info in English
Formulieren
Betaaldatums
​​​​Om een IGO te kunnen ontvangen, dient de betrokkene een aanvraag in te dienen.
In bepaalde gevallen onderzoekt de Pensioendienst de rechten op een IGO ambtshalve.
Dat is ook het geval wanneer betrokkene bij een andere instelling zijn pensioen aanvraagt (polyvalentie).
 

De IGO aanvragen

De betrokkene kan, zoals in de pensioenregeling, de aanvraag om IGO op drie manieren indienen: 
  • bij het gemeentebestuur waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft (in persoon of via gevolmachtigde);
  • bij de Pensioendienst waar hij zich (persoonlijk of via gevolmachtigde) moet melden.
    Dit kan via:
    • een van de zitdagen die de FPD in heel wat gemeentes organiseert;
    • in een regionaal kantoor van de FPD;
    • in de Zuidertoren te Brussel, de hoofdzetel van de FPD.
  • online via de website www.pensioenaanvraag.be.demo 'Hoe uw pensioen online aanvragen?'

Een IGO-aanvraag geldt ook als pensioenaanvraag wanneer de aanvrager aangeeft in België als werknemer, zelfstandige of ambtenaar gewerkt te hebben. Dat is ook het geval wanneer tijdens het IGO-onderzoek blijkt dat betrokkene in één van bovenstaande hoedanigheden werkte.

Wanneer aan de leeftijdsvoorwaarden voldaan is en het bedrag van de pensioenen de toekenning van een IGO niet verhindert, zullen bij een pensioenaanvraag in een van de Belgische wettelijke pensioenstelsels eveneens de rechten op een IGO onderzocht worden.

De betrokkene kan een nieuwe aanvraag indienen wanneer zich volgens hem wijzigingen hebben voorgedaan die de toekenning of de verhoging van de inkomensgarantie kunnen rechtvaardigen.
 
Anderzijds is de gerechtigde verplicht een verhoging van de eigen bestaansmiddelen aan te geven, aangezien dit het bedrag van de IGO of de toekenning ervan kan beïnvloeden.


Onderzoek van ambtswege en polyvalentie

In bepaalde gevallen gaat de Pensioendienst over tot een automatisch onderzoek naar de rechten op IGO.

In elk geval moet aan de leeftijdsvoorwaarden voldaan zijn en mag het bedrag van de pensioenen de toekenning van de IGO niet verhinderen. Men moet met andere woorden eerst alle pensioenrechten uitputten voordat men beroep kan doen op de inkomensgarantie.

De rechten op inkomensgarantie worden automatisch onderzocht als de betrokkene:
  • een wettelijk pensioen aanvraagt in België (omgekeerd geldt een aanvraag om inkomensgarantie ook als pensioenaanvraag in de Belgische wettelijke pensioenregelingen; zie boven);
  • een pensioen geniet in de regeling voor werknemers of voor zelfstandigen, zelfs indien het vervroegd werd toegekend;
  • een tegemoetkoming aan gehandicapten geniet krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkoming aan de gehandicapten;
  • het bestaansminimum ontvangt krachtens de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum. Deze wet werd vervangen door de wet van 26 mei 2002 betreffende de maatschappelijke integratie, ook bekend als de 'leefloonwet'.

De instellingen of besturen die de twee laatst aangehaalde voordelen betalen, brengen de Pensioendienst hiervan op de hoogte zes maanden voordat de betrokkene de wettelijk vastgestelde leeftijd om IGO te kunnen genieten, bereikt.


Ingangsdatum van de IGO

De IGO gaat in op de 1ste van de maand die volgt op de aanvraag of op het feit dat tot de herziening van de bestaansmiddelen leidde. De ingangsdatum kan ten vroegste de eerste dag van de maand volgend op de 65e verjaardag zijn. 

Verplichtingen van de rechthebbende 

De rechthebbende is verplicht een verhoging van de eigen bestaansmiddelen aan te geven, aangezien dit het bedrag van de IGO of de toekenning ervan kan beïnvloeden. Het meest voorkomende voorbeeld is de verkoop of de schenking van een roerend of onroerend goed.

De betrokkene kan een nieuwe aanvraag indienen wanneer zich volgens hem wijzigingen hebben voorgedaan die de toekenning of de verhoging van de inkomensgarantie kunnen rechtvaardigen.

Vooraleer de aanvrager aanspraak kan maken op de IGO, moet hij zijn rechten op het pensioen ten laste van alle stelsels waaraan hij (of de overleden echtgenoot in het geval van een overlevingspensioen) onderworpen is (geweest) laten gelden.
Bij een aanvraag om herziening zal de IGO altijd worden berekend volgens de regels die gelden vanaf 2014, ook al werd het recht toegekend vóór 2014.

Herziening van ambtswege bij de vaststelling van bepaalde feiten door de FPD

De Pensioendienst zal het recht op IGO van ambtswege herberekenen, wanneer een van de volgende feiten zich voordoen:

Het aantal personen dat op dezelfde hoofdverblijfplaats is ingeschreven verandert, en deze verandering is niet het gevolg van het overlijden van de gerechtigde of van een persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt. 

De bestaansmiddelen worden opnieuw onderzocht wanneer een persoon die dezelfde hoofdverblijfplaats deelde met een persoon die de IGO geniet, verhuist of dezelfde hoofdverblijfplaats gaat delen met een IGO-gerechtigde (tenzij het gaat om bloed- of aanverwanten in rechte lijn).


De gerechtigde of één van de personen met wie hij de hoofdverblijfplaats deelt, overlijdt, en minstens één van die andere personen geniet een IGO.

In dit geval wordt een voorlopige beslissing genomen. Die voorlopige beslissing gaat ervan uit dat de bestaansmiddelen van de overledene voor een gelijk deel toebehoren aan elk van de overlevende personen die dezelfde hoofdverblijfplaats met de overledene deelden.

Na de vereffening van de erfenis gaat de Federale Pensioendienst over tot een nieuw onderzoek van de inkomensgarantie van de langstlevende gerechtigden. Dit nieuwe onderzoek naar de bestaansmiddelen beperkt zich tot de goederen die de gerechtigde en/of de personen die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelden werkelijk van de erfenis hebben ontvangen. Hun bestaansmiddelen die de FPD oorspronkelijk in aanmerking nam worden als onveranderd beschouwd.

Als de langstlevende gerechtigden en de personen die met hen dezelfde hoofdverblijfplaats delen aantonen dat zij geen enkel goed uit de nalatenschap toebedeeld kregen, wordt voor de IGO een nieuwe beslissing genomen zonder dat met de bestaansmiddelen van de overledene rekening gehouden wordt.


De bestaansmiddelen veranderen.

Als de Federale Pensioendienst verneemt dat er een niet-aangegeven verandering is in de bestaansmiddelen van de gerechtigde of van één van de personen die dezelfde hoofdverblijfplaats delen, leidt dit tot een onderzoek van ambtswege. Dit kan een terugvordering tot gevolg hebben van de bedragen die betrokkene ten onrechte ontving.
FOD Financiën meldt aan de FPD elke wijziging in de vermogenstoestand van een IGO-gerechtigde of de samenwonenden op dezelfde hoofdverblijfplaats en ook de toestand op het ogenblik van het overlijden.
Wanneer uit de nalatenschap blijkt dat bepaalde bestaansmiddelen niet werden aangegeven, kan de FPD postuum een nieuw onderzoek instellen.


Het toegekende bedrag van het pensioen verandert als gevolg van een nieuwe beslissing.

De FPD gaat over tot een herberekening van de IGO. De bestaansmiddelen van de gerechtigde worden verondersteld onveranderd te zijn gebleven.

Jaarlijkse vermindering van ambtswege van de verkoopwaarde van een goed.

Het vaststellen van de bestaansmiddelen voor de berekening van de IGO houdt, tot 10 jaar na de verkoop, rekening met de verkoopwaarde van een goed na het toepassen van een aantal vrijstellingen (zie hiervoor Invloed van de bestaansmiddelen).

Van ambtswege wordt van deze verkoopwaarde jaarlijks een bedrag afgetrokken: het abattement. Het bedrag van deze vermindering is de jaarlijkse vrijstelling. Hierdoor daalt het bedrag van de bestaansmiddelen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de IGO. Om recht te hebben op deze ambtshalve vermindering, dient het verkochte onroerende goed aan de volgende voorwaarden te voldoen:
  • ofwel gaat het om het enige woonhuis van de aanvrager of van de huwelijkspartner of wettelijk samenwonende met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, op voorwaarde dat noch hij, noch die persoon een ander bebouwd onroerend goed bezitten
  • ofwel gaat het om het enige onbebouwde onroerend goed van de aanvrager, huwelijkspartner of wettelijk samenwonende met wie hij die dezelfde hoofdverblijfplaats deelt.

Het bedrag van de vrijstelling is afhankelijk van de toestand op 1 januari van het beschouwde jaar. De FPD zal automatisch deze vrijstelling toepassen op de verjaardag van de ingangsdatum van het recht, en dit tot uitputting van het bedrag waarop de vrijstelling wordt toegepast.

Als op 1 januari van het beschouwde jaar wordt vastgesteld dat de situatie van de aanvrager veranderd is, wordt het dossier opnieuw aan een onderzoek ten gronde onderworpen.

 

 



  Sitemap
Laatste wijziging 19/07/2017 | Disclaimer

Deze site gebruikt cookies.
Ok, ik begrijp het