Invloed van de bestaansmiddelen
De inkomensgarantie kan slechts worden toegekend na onderzoek van de
bestaansmiddelen en van de pensioenen, waarbij alle bestaansmiddelen
en pensioenen in aanmerking worden genomen, van welke aard of oorsprong ook, waarover de betrokkene
en/of de personen waarmee hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, beschikken.
Zoals reeds in de voorbeelden aangehaald, wordt het geheel
van de pensioenen en de bestaansmiddelen, na aftrek van de door
voorziene vrijstellingen, gedeeld door het aantal personen dat dezelfde
hoofdverblijfplaats deelt, de aanvrager inbegrepen ; het resultaat
van de deling wordt in mindering gebracht op het bedrag van de IGO.
In de kennisgeving wordt de aanvrager op de hoogte gebracht van het
totaal bedrag van de in aanmerking genomen bestaansmiddelen en pensioenen.
Sommige pensioenen en bestaansmiddelen maken het voorwerp uit van een
volledige of een gedeeltelijke vrijstelling.
Soorten vrijstelling
De volledige vrijstelling
Er wordt geen rekening gehouden met :
- De gezinsbijslag toegekend krachtens een Belgische regeling ;
- De uitkeringen of elke tussenkomst die verband houden met openbare
of private bijstand (bedoeld wordt de steun, verleend door O.C.M.W.'s,
liefdadigheidsinstellingen of de zorgverzekering in Vlaanderen) ;
- De onderhoudsgelden tussen ascendenten en descendenten (ongeacht
of zij door een vonnis of vrijwillig verleend worden) ;
- De frontstrepen- en gevangenschapsrenten, alsmede de renten verbonden
aan een nationale orde op grond van een oorlogsfeit ;
- De tegemoetkomingen, uitbetaald in het raam van de wetten betreffende
de gebrekkigen en verminkten, gecoördineerd bij koninklijk besluit
van 3.02.1961, en van de wet van 27.06.1969,
betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden ;
- De tegemoetkomingen uitbetaald in het raam van de wet van 27.02.1987
betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten ;
- De verwarmingstoelage, toegekend aan bepaalde rechthebbenden op
een pensioen ten laste van de werknemersregeling.
- De schadeloosstelling voor gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse overheid.
Gedeeltelijke vrijstelling
- Op het globaal kadastraal inkomen van de bebouwde
onroerende goederen die de aanvrager en/of iedere persoon die met
hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, in volle eigendom of in vruchtgebruik
bezitten, wordt een bedrag van 743,68 EUR in
mindering gebracht. Dit bedrag wordt met 123,95 EUR
verhoogd voor elk kind waarvoor de aanvrager of ieder persoon waarmee
hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, kinderbijslag geniet (het
saldo wordt vermenigvuldigd met 3) ;
- Indien de aanvrager en/of de personen waarmee hij dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt samen uitsluitend de volle eigendom of het
vruchtgebruik hebben van onbebouwde onroerende goederen,
wordt de som van die kadastrale inkomens verminderd met 29,75 EUR.
Het saldo wordt eveneens vermenigvuldigd met 3 ;
- De pensioenen van de aanvrager en/of van iedere persoon met wie
hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, worden slechts in aanmerking
genomen voor 90 % van het werkelijk betaald bedrag, ook al
werd het pensioenbedrag verminderd wegens vervroeging ;
-
Bij afstand ten bezwarenden titel van het enige woonhuis van de
aanvrager en/of van iedere persoon met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt (dit wil zeggen dat zij geen ander bebouwd onroerend goed
mogen bezitten), wordt de eerste schijf van 37.200 EUR
vrijgesteld. In overeenstemming met de geldende interpretatie
terzake is het niet vereist dat dit huis ook effectief wordt bewoond
door de aanvrager en/of de personen met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt.
Deze vrijstelling geldt ook wanneer de aanvrager
en/of iedere persoon met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt,
hun enige onbebouwde onroerend goed afstaan onder
bezwarende titel, op voorwaarde dat zij geen ander bebouwd
of onbebouwd onroerend goed bezitten.
A contrario kan uit de reglementering afgeleid worden dat
de vrijstelling niet van toepassing is in geval van afstand om niet
(schenking).
- Een vrijstelling van 6.200 EUR wordt altijd
verleend voor het geheel van de al dan niet belegde roerende
kapitalen en de opbrengsten van de afstanden.
Algemene vrijstelling
De algemene vrijstelling (dit is het bedrag dat in mindering wordt
gebracht op de finaal in rekening gebrachte bestaansmiddelen) bedraagt
625 EUR indien de aanvrager dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt met één of meerdere andere personen, en 1.000 EUR
indien dit niet het geval is.
Berekening van de bestaansmiddelen
Er wordt rekening gehouden met inkomsten uit beroepsarbeid verricht
in hoedanigheid van werknemer of zelfstandige.
De roerende kapitalen en de afstanden
1) Roerende kapitalen
Hiermee worden bedoeld, de liggende gelden, aandelen, obligaties, staatsleningen
e.d..
Ze worden op dezelfde manier in aanmerking genomen als de afstanden.
2) Afstanden
a) In rekening te brengen afstanden :
Een afstand door de aanvrager of door een persoon met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, wordt in rekening gebracht wanneer hij minder dan 10 jaar vóór de ingangsdatum van de IGO werd verricht. Het kan zowel om een afstand onder bezwarende titel als om een schenking gaan.
De verkoopwaarde van de goederen op het ogenblik van de afstand wordt in aanmerking genomen.
 |
- Een man, geboren in februari 1936, vraagt met ingang van 01.08.2005
de IGO aan. Hij heeft bij akte van 04.05.1993 een
woning verkocht. De afstand is gebeurd meer dan 10 jaar voor de ingangsdatum van de IGO : er zal bijgevolg geen rekening gehouden worden met deze verkoop.
- Een vrouw, geboren in mei 1942 vraagt met ingang van 01.08.2006 de IGO aan. Ze deelt dezelfde hoofdverblijfplaats met een andere vrouw, wiens leeftijd van geen belang is, en die bij akte van 01.07.1985 een bouwgrond verkocht heeft. Aangezien de verkoop gebeurd is meer dan 10 jaar voor de ingangsdatum van de IGO in hoofde van de aanvraagster, wordt geen rekening gehouden met deze verkoop.
|
b) Verrekening bij afstand
Verrekening in functie van het soort van en het aandeel
in de onroerende zakelijke rechten
De verkoopwaarde van de afgestane roerende en onroerende goederen,
waarvan de aanvrager of iedere persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt, eigenaar of vruchtgebruiker in onverdeeldheid is, wordt vermenigvuldigd
met een breuk die de belangrijkheid van de zakelijke rechten uitdrukt.
Waar de volle eigendom met 100 % van de verkoopwaarde overeenstemt,
wordt rekening gehouden met :
- met 40 % voor het vruchtgebruik (ongeacht de leeftijd
van de vruchtgebruiker op het ongenblik van de afstand),
- met 60 % voor de naakte eigendom,
- met de breuk die het aandeel van
recten in deze goedern uitdrukt, in geval van onverdeeldheid
(bijvoorbeeld : 1/4).
 |
- Een vrouw die aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet, deelt dezelfde hoofdverblijfplaats met een man die niet aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet, maar een onroerend goed verkocht heeft, en dit minder dan 10 jaar voor de ingangsdatum van de IGO. Deze man was voor een derde volle eigenaar in onverdeeldheid. Voor de aanrekening van de bestaansmiddelen van de vrouw, zal rekening gehouden worden met één derde van de verkoopwaarde.
- Zelfde voorbeeld als hierboven, maar de man is voor de helft vruchtgebruiker in onverdeeldheid van het goed. In dat geval wordt de verkoopwaarde voor 40 % in aanmerking genomen x 1/2 (het aandeel in de zakelijke rechten).
|
Aftrek van de persoonlijke schulden van de aanvrager en/of
van iedere persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt
Bij afstand onder bezwarende titel van roerende of onroerende
goederen, worden de persoonlijke schulden van de aanvrager
en/of van iedere persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt,
afgetrokken van de verkoopwaarde van de afgestane goederen op het ogenblik
van de afstand, op voorwaarde dat :
- het persoonlijke schulden betreft van de aanvrager en/of de personen
die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats delen ; het volstaat
dus niet dat iemand zich borg heeft gesteld voor de schuld van een
derde ;
- de schulden zijn aangegaan vóór de afstand van de goederen ;
- de schulden geheel of gedeeltelijk terugbetaald zijn met de opbrengst
van de afstand.
Aan deze drie voorwaarden moet gelijktijdig voldaan
zijn, en het komt de aanvrager of de personen met wie de aanvrager dezelfde
hoofdverblijfplaats deelt toe het bewijs hiervan te leveren.
Aftrek van de forfaitaire abattementen
In geval van afstand onder bezwarende titel, wordt, voor zover het
gaat :
- om het enige woonhuis van de aanvrager, en/of
van iedere persoon waarmee hij dezelfde hoofdverblijfplaats deelt,
op voorwaarde dat hij noch die persoon of personen een ander bebouwd
onroerend goed bezitten.
- om het enige onbebouwde onroerend goed van de aanvrager
en/of van iedere persoon met wie hij dezelfde hoofdverblijfplaats
deelt, op voorwaarde dat hij, noch die persoon of personen een
ander onbebouwd of bebouwd onroerend goed bezitten (inbegrepen
de met woonhuis gelijkgestelde binnenschepen),
van de verkoopwaarde jaarlijks een bedrag ("abattement")
afgetrokken van :
- 1.250 EUR, indien de aanvrager een inkomensgarantie
verwerft op basis van het basisbedrag ;
- 2.000 EUR, indien hij een inkomensgarantie
verwerft op basis van het verhoogd basisbedrag.
Dit aftrekbaar bedrag wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden
begrepen tussen de eerste van de maand die volgt op de datum van de
afstand en de ingangsdatum van de IGO.
Bovendien wordt elk jaar, op de verjaardag van de ingangsdatum van
de IGO, het jaarbedrag van dit abattement automatisch van de verkoopwaarde
van het afgestane goed afgetrokken.
Gemeenschappelijke regel voor het aanrekenen van de roerende
kapitalen en afstanden : toepassing van de percentages van 4 en
10 %.
Op de al dan niet belegde roerende kapitalen, net als op de verkoopwaarde
in het geval van afstand (na aftrek van de verschillende vrijstelling), wordt rekening gehouden met :
- 4 % van de schijf gelegen tussen 6.200 EUR en 18.600 EUR,
- en met 10 % voor alles wat boven die schijf gelegen is.
Deze berekeningswijze geldt uiteraard ook voor liggende gelden, aandelen
obligaties enz.
Alleen de vrijstelling op de eerste schijf van 6.200 EUR
wordt algemeen toegepast ; de vrijsteling van (37.200 EUR)
en de bijzondere abattementen zijn uitsluitend van toepassing op de verkoop
van het enige woonhuis of van het enige bebouwd goed.
De onroerende goederen
Bij de berekening van de bestaansmiddelen worden de volgende bedragen
in rekening gebracht :
1) De bebouwde onroerende goederen
Het totaal van het kadastrale inkomens van die goederen, toebehorend
in volle eigendom of in vruchtgebruik aan de aanvrager en/of aan iedere
persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, min
de vrijstelling ; het resultaat moet met 3
worden vermenigvuldigd.
2) De onbebouwde onroerende goederen
Het totaal van de kadastrale inkomens van die goederen, toebehorend
in volle eigendom of in vruchtgebruik aan de aanvrager en/of aan iedere
persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, min
de vrijstelling ; het resultaat wordt eveneens
vermenigvuldigd met 3.
Het kadastraal inkomen wordt, ingeval van mede-eigendom,
vermenigvuldigd met de breuk die het aandeel vertegenwoordigt
dat de eigenaar of vruchtgebruiker in dat goed bezit :
 |
Twee personen delen dezelfde hoofdverblijfplaats. Een van hen
(de aanvrager) bezit in volle eigendom een huis met een K.I. van 743,68 EUR.
De andere heeft een derde van het vruchtgebruik in een huis met een
K.I. van 2.528,51 EUR. Er zijn geen personen ten laste.
In aanmerking te nemen Kadastrale Inkomens :
| 743,68 EUR + ( 2.528,51 EUR x 1/3) |
= |
1.586,52 EUR |
| 1.586,52 EUR - 743,68 EUR |
= |
842,84 EUR |
| 842,84 EUR x 3 |
= |
2.528,51 EUR |
Dit bedrag wordt, zoals de andere bestaansmiddelen en pensioenen,
gedeeld door het aantal personen dat dezelfde hoofdverblijfplaats deelt.
Voor de berekening van de IGO is het in aanmerking te nemen bedrag :
2.528,51 EUR / 2 = 1.264,26 EUR. |
Aftrek
- Aftrek van pensioenen
Beoogd worden de rust- en overlevingspensioenen en de daarmee
gelijkgestelde uitkeringen.
Deze moeten van het bedrag van de IGO worden afgetrokken
voor 90 % van hun werkelijk uitgekeerd bedrag.
 |
Het vakantiegeld en het aanvullend vakantiegeld, betaald in de pensioenregeling voor werknemers, en de bijzondere bijslag,
betaald in de pensioenregeling voor zelfstandigen, worden
niet in mindering gebracht op de IGO. |
- Aftrek van onderhoudsgelden
Het pensioen dat in mindering gebracht wordt op het bedrag van de
IGO, wordt vooraf verminderd met het bedrag van de bij een
rechterlijke beslissing vastgestelde en effectief betaalde onderhoudsgelden.
 |
Pensioen 3.148,25 EUR, betaald onderhoudsgeld
991,57 EUR.
In aanmerking te nemen bedrag :
3.148,52 EUR x 90% = 2.833,42 EUR - 991,57 EUR
= 1.841,35 EUR. |
<<
terug : Polyvalentie en ambtshalve onderzoek
>>
volgende : Het bedrag
|
|