mypension.be
U bent hier: Professional De recentste nieuwtjes Pensioenhervorming Di Rupo – overzicht aanpassingen werknemersstelsel
Uitkeringen van de Federale Pensioendienst - Werknemerspensioenen
Een burger helpen
De pensioenberekening
De betaling van het pensioen
Werken tijdens het pensioen
Wetgeving en statistieken
De recentste nieuwtjes
Pensioenhervorming Di Rupo – overzicht aanpassingen werknemersstelsel

Basic info in English
Formulieren
Betaaldatums
mypension.be
Regeerakkoord Michel I

Het regeerakkoord van Michel I bevat ook tal van maatregelen die betrekking hebben op de werknemerspensioenen. Zodra we over meer concrete informatie beschikken, volgt een nieuw overzicht.
 

Aanpassingen aan zelfstandigen- en ambtenarenpensioenen
Voor aanpassingen aan de zelfstandigenpensioenen verwijzen wij u graag door naar de website van het RSVZ. Voor de aanpassingen aan de ambtenarenpensioenen raden wij u aan om de website van de PDOS te raadplegen.

Overzicht van de aanpassingen in het werknemersstelsel


Eind 2011 goot de Regering de pensioenhervorming in een wet. Voor de meeste maatregelen is het wetgevend werk al afgerond. De teksten die definitief aangepast werden aan de pensioenhervorming herkent u aan het volgende symbool:


Teksten die niet voorafgegaan worden door een symbool vallen niet onder de hervorming en zijn up-to-date.

Voor de werknemers gaat het om volgende aanpassingen: 
  1. Pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarden rustpensioen
  2. Gelijkgestelde periodes
  3. Mijnwerkers
  4. Journalisten
  5. Zeevarenden
  6. Vliegend personeel 
  7. Werken tijdens uw pensioen
  8. Pensioenbonus
  9. Overlevingspensioen (vanaf 2015, voor bestaande overlevingspensioenen verandert niets) 
  10. Alle gewerkte maanden tellen mee voor de pensioenopbouw 
  11. Eenheid van loopbaan: meer dan 45 loopbaanjaren tellen mee voor pensioen 


Pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarden rustpensioen

De pensioenhervorming wijzigt de voorwaarden voor het vervroegd pensioen. De leeftijd- en loopbaanvoorwaarden worden geleidelijk opgetrokken.

Datum Minimumleeftijd Loopbaanvoorwaarde (*) Uitzonderingen lange loopbanen
2012 60 jaar 35 jaar /
2013 60,5 jaar 38 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 40 jaar
2014 61 jaar 39 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 40 jaar
2015 61,5 jaar 40 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 41 jaar
vanaf 2016 62 jaar 40 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 42 jaar
61 jaar, bij loopbaan van 41 jaar
(*) Tijdsvakken van binnen- en buitenlandse pensioenverzekering (periodes gewerkt als werknemer, zelfstandige of ambtenaar met inbegrip van gelijkgestelde periodes zoals ziekte, brugpensioen, werkloosheid enzovoort) tellen mee om aan de loopbaanvoorwaarde te voldoen

De wetgever voorziet een aantal overgangsmaatregelen:
  1. Bijna-gepensioneerden

    Wie in 2012 net niet aan de loopbaan- en leeftijdsvoorwaarden voldoet en onder de vroegere regeling op minder dan 3 jaar van zijn vervroegd pensioen stond, zou in de nieuwe regeling mogelijk 3 tot 5 jaar langer moeten doorwerken dan voorzien.

    Daarom is er nu een overgangsregeling voor wie op 31 december 2012 tussen 57 en 61 jaar is (geboren vóór 1 januari 1956). Die regeling verleent het pensioen ten vroegste op de leeftijd van 62 jaar en vereist een loopbaan van 37 jaar.


    Overgangsmaatregelen bijna-gepensioneerden
    Leeftijd op 31.12.2012 Loopbaan op 31.12.2012 Vereiste pensioenleeftijd in die overgangsregeling
    61 34 64
    60 34 63
    33 64
    59 36 62
    35 62
    34 62
    33 63
    32 64
    58 35 62
    34 62
    33 62
    32 63
    57 34 62
    33 62
    32 62


  2. Behoud van recht op vervroegd pensioen

    Zodra een werknemer op een bepaald ogenblik voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om met vervroegd pensioen te gaan, behoudt hij dat recht. Hij kan hij later altijd met vervroegd pensioen gaan, ook al voldoet hij op die latere ingangsdatum niet aan de strengere voorwaarden die dan gelden. Dus wie in 2012 voldeed aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, kan met pensioen gaan in 2013, 2014, 2015,… ook al gelden er dan andere en strengere voorwaarden.


  3. Uitzonderingen

    Werknemers die schriftelijk en individueel met hun werkgever waren overeengekomen dat ze met vervroegd pensioen gingen, behouden deze mogelijkheid aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60 jaar en met 35 jaren loopbaan).

    Het gaat hier om uitstapprocedures die werden opgestart vóór 28 november 2011 in het kader van het arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, tijdskrediet, loopbaanonderbreking,…

    Om van deze uitzonderingsmaatregelen gebruik te kunnen maken moet de toekomstige gepensioneerde de nodige bewijzen voorleggen aan de RVP.

    Specifieke bepalingen:

    • Werknemers van wie de opzegtermijn is ingegaan vóór 1 januari 2012 en eindigt na 31 december 2012 kunnen op het einde van die opzeggingstermijn toch vervroegd met pensioen gaan (ten vroegste op 60 jaar en met 35 jaren loopbaan).

    • Werknemers die vóór 28 november 2011 schriftelijk en individueel met hun werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding hebben gesloten, behouden die mogelijkheid van vervroegd pensioen aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60, met 35 jaren loopbaan).
      Deze overeenkomst moet wel afgesloten worden:
      1. buiten het conventioneel brugpensioen
      2. in het kader van een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst of een pensioenreglement.
    • Werknemers die vóór 28 november 2011 een aanvraag tot vervroegd pensioen ingediend hebben, behouden die mogelijkheid van vervroegd pensioen aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60, met 35 jaren loopbaan).

Meer informatie over de pensioenleeftijd en loopbaanvoorwaarden. 


Gelijkgestelde periodes 

De pensioenopbrengst bij werkloosheid van de 3de periode ( langdurig werklozen ) wordt toegekend op basis van een beperkt fictief loon.

Bovendien tellen periodes van vrijwillige werkonderbreking, buiten het gemotiveerde tijdskrediet en de thematische verloven, voortaan nog voor een maximum van één jaar mee in de pensioenberekening. 

Een aantal periodes vallen echter niet onder deze nieuwe regels.

Zo zullen bij bepaalde stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT – het vroegere brugpensioen) voor de periodes vanaf 1 januari 2012 de oude berekeningsregels van toepassing blijven voor wie jonger is dan 60. Het gaat hier om afwijkende stelsels die werden toegekend op basis van uitzonderlijke omstandigheden zoals:


  • Nachtarbeid, zwaar beroep, lang beroepsverleden, mindervaliditeit;
  • Werknemers met lichamelijke problemen;
  • Ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering.

De oude berekeningsregels blijven ook van toepassing voor:

  • Werknemers die vóór 28 november 2011 ontslagen of in opzeg geplaatst werden met het oog op SWT;
  • Werknemers die zich op 28 november 2011 in een periode van SWT bevonden, van gehele of gedeeltelijke vrijwillige loopbaanonderbreking, van halftijds of 1/5 tijdskrediet voor 50+;
  • Werknemers die loopbaanonderbreking of tijdskrediet hebben aangevraagd, als de volgende 3 voorwaarden vervuld zijn:

    1. De werkgever heeft de schriftelijke kennisgeving van de werknemer ontvangen vóór 28 november 2011.
    2. De ontvangstdatum op het formulier van het bevoegde werkloosheidskantoor van de RVA bewijst dat de aanvraag ontvangen werd vóór 2 maart 2012.
    3. De periode van onderbreking is vóór 3 april 2012 begonnen..


Meer informatie over inactiviteitsperiodes. 

Mijnwerkers

De leeftijd op 31 december 2011 bepaalt op welke manier het pensioen wordt berekend.

  • 55 of ouder op 31 december 2011 (geboren vóór 1957)

    Voor deze groep blijft de oude regeling van toepassing wanneer hun pensioen ingaat na 2012.

    Meer informatie over de oude pensioenregeling voor mijnwerkers..

    Dit houdt in dat zij ook na 2011 een verdere loopbaan opbouwen als mijnwerker.

    Een ondergrondse mijnwerker kan vanaf 55 jaar het pensioen als mijnwerker aanvragen of van zodra hij 25 jaren als ondergronds mijnwerker kan bewijzen. Vanaf 20 loopbaanjaren als ondergronds mijnwerker wordt het pensioen berekend in 30sten.

    Het mijnwerkerssupplement wordt toegekend vanaf 25 loopbaanjaren als ondergronds mijnwerker.

    Als bovengronds mijnwerker blijft de pensioenleeftijd 60 jaar. Vanaf 20 loopbaanjaren als bovengronds mijnwerker wordt het pensioen berekend in 30sten.
     
  • Jonger dan 55 op 31 december 2011 (geboren na 1956)

    • Minstens 20 loopbaanjaren als ondergronds mijnwerker op 31 december 2011

      Voor deze groep blijft de pensioenleeftijd 55 jaar of wordt de pensioenleeftijd bereikt bij 25 loopbaanjaren. De periodes vóór 2012 worden dan berekend in 30sten. De periodes na 2011 worden berekend in 45sten.

      Het mijnwerkerssupplement wordt toegekend vanaf 25 jaar ondergronds mijnwerker, als die jaren gelegen zijn vóór 2012.
       
    • Minder dan 20 loopbaanjaren als ondergronds mijnwerker op 31 december 2011

      Deze groep wordt beschouwd als gewone werknemers. Dit betekent dat de jaren vóór en na 31 december 2011 dus gewone werknemersjaren zijn voor de leeftijdsvoorwaarden. De periodes vóór en na 2011 worden berekend in 45sten.

     
    Meer informatie over de pensioenregeling voor mijnwerkers. 

Journalisten

De huidige pensioenregeling voor de beroepsjournalisten blijft behouden en wordt niet gewijzigd zolang de financiering van dit uitzonderlijke stelsel het toelaat. 

Meer informatie over het bijzonder pensioenstelsel voor beroepsjournalisten.
Zeevarenden

De leeftijd op 31 december 2011 bepaalt op welke manier het pensioen wordt berekend.

  • 55 of ouder op 31 december 2011 (geboren vóór 1957)

    Als de werknemer geboren is vóór 1957 blijft de oude regeling van toepassing.
    De vroegst mogelijke pensioenleeftijd blijft 60 jaar en de berekeningwijze blijft ongewijzigd ook voor de verdere opbouw van de loopbaan als zeevarende na 2011. 

    Meer informatie over de oude pensioenregeling voor zeevarenden.

  • Jonger dan 55 op 31 december 2011 (geboren na 1956)
     
    • Loopbaanvoorwaarde vervroegd pensioen

      Voor het vervroegde pensioen worden perioden als zeevarende gelijkgesteld met jaren als gewone werknemer.

      Om aan de loopbaanvoorwaarden te voldoen worden maximum 3 bijkomende fictieve jaren geteld, waarbij 80 vaartdagen telkens recht geven op 1 bijkomend fictief jaar. Dus 240 of meer vaartdagen geven recht op 3 x 1 fictief jaar = 3 bijkomende fictieve jaren.

    • Berekeningswijze

      De berekeningswijze wordt bepaald door het aantal vaartdagen dat op 31 december 2011 bewezen is.
       
      • Minstens 2.520 bewezen vaartdagen op 31 december 2011

        Tot en met 2011 blijft de oude regeling van toepassing voor de periodes met een tewerkstelling als zeevarende.
        Voor de periode vanaf 2012 wordt het pensioen berekend in 45sten.

        Uitzondering:
        Als over de gehele loopbaan minstens 168 maanden als zeevarende bewezen is gebeurt de berekening in 14den.

      • Minder dan 2.520 bewezen vaartdagen op 31 december 2011
         
        • Tot en met 2011
          De berekening gebeurt volgens de oude regeling, dus in 40sten.

        • Vanaf 2012
          De periode vanaf 2012 wordt berekend in 45sten, zoals in de gewone werknemersregeling. 

Vliegend personeel

Voor deze beroepscategorie heeft de hervorming een invloed op de pensioenleeftijd en de berekeningswijze (loopbaanbreuken en loonplafonds).
Bepalend zijn de leeftijd en de loopbaan op 31 december 2011.

  1. Rustpensioen
     
    • Pensioenleeftijd

      Personen die op 31 december 2011 aan één van volgende voorwaarden voldeden, kunnen hun pensioen als lid van de burgerluchtvaart aanvragen:
       
      • 55 jaar of ouder op 31 december 2012 (geboren vóór 1958) ;
        of
      • een loopbaan van 30 jaar als piloot;
        of
      • een loopbaan van 34 jaar als vliegend cabinepersoneel (eventueel in combinatie jaren als stuurpersoneel).

      Betrokkene behoudt bovendien het recht om later dit pensioen op te nemen ongeacht het tijdstip of de strengere voorwaarden die dan gelden.

      Voor wie op 31 december 2011 niet aan deze voorwaarden voldoet, bedraagt de pensioenleeftijd 65 jaar. Uitzonderlijk kan het pensioengedeelte als vliegend personeel worden opgenomen na een loopbaan van 45 kalenderjaren. Om sneller aan deze voorwaarden te voldoen wordt de werkelijke loopbaan aangevuld met een fictieve loopbaan waarbij het aantal kalenderjaren als stuurpersoneel wordt vermenigvuldigd met 1,5 en deze als cabinepersoneel met 1,33. Deze berekeningwijze mag echter geen vroegere ingangsdatum geven dan deze volgens de regels voor wie wel aan de voorwaarden voldeed.

    • Berekeningswijze

      • Voor wie minimum 55 jaar was op 31 december 2011 en een minimumloopbaan heeft van 20 jaar als stuurpersoneel of minimum 23 jaar als cabinepersoneel wordt een gunstigere berekening gemaakt met een loopbaanbreuk van 30sten (stuurpersoneel) of 34sten (cabinepersoneel). Deze berekeningswijze blijft behouden bij verdere pensioenopbouw na 2011.
          
      • Voor wie geen 55 jaar was op 31 december 2011 gelden de gunstige berekeningsregels enkel nog voor de jaren gelegen vóór 2012. De berekening vanaf 2012 gebeurt in 45sten.

      • Wie vanaf 1 januari 2012 voor het eerst als vliegende personeel aan de slag ging krijgt hiervoor een pensioen zoals een gewone werknemer.

    • Loonplafonds
       
      Door de afschaffing van de bijzondere bijdrage vanaf 2012 wordt in de pensioenberekening vanaf dit jaar niet meer het verhoogde loonplafond gebruikt maar dat van een gewone werknemer.
       
        Meer informatie en voorbeelden over het rustpensioen.

    • Overlevingspensioen
       
      Bij de berekening van het overlevingspensioen voor het vliegende personeel zijn er geen veranderingen met uitzondering van de lonen voor perioden vanaf 2012 waarbij niet meer het verhoogde loonplafond wordt gebruikt. 

      Meer informatie over het overlevingspensioen. 
    Werken tijdens uw pensioen  

    Net zoals vroeger het geval was, zal het uitoefenen van een toegelaten beroepsactiviteit geen recht geven op bijkomende pensioenrechten.

    • Vóór 65 jaar:
      Het huidige stelsel van begrenzing blijft behouden maar de grensbedragen worden aangepast en de sanctie zal in verhouding staan met de overschrijding. Wanneer men tussen 1 % en 25 % meer verdient dan de grensbedragen, zal het pensioen verminderd worden met het percentage van de overschrijding. Wanneer men het grensbedrag met 25 % of meer overschrijdt, zal het pensioen geschorst worden.

      Voor de echtgenoot van de gepensioneerde die een gezinspensioen ontvangt, wijzigt er niets : het gezinspensioen wordt herleid naar een pensioen als alleenstaande bij overschrijding van het grensbedrag.

    • Vanaf 65 jaar:
      Onbeperkte cumulatie van een pensioen met een beroepsactiviteit vanaf 65 jaar, indien de gepensioneerde een loopbaan had van minstens 42 jaar (als werknemer, zelfstandige, ambtenaar,…) op het ogenblik van zijn pensionering.

    Opgelet: 
    • sancties hebben betrekking op het hele kalenderjaar, ook als het beroep niet het hele jaar uitgeoefend wordt;
    • voor gepensioneerden met een loopbaan van 42 kalenderjaren, heeft een sanctie voor het jaar van de 65ste verjaardag, uitzonderlijk enkel betrekking op de maanden tot en met de 65ste verjaardag.


    Een voorbeeld:

    • Martine ontvangt een overlevingspensioen vanaf 1 januari 2012. Zij bereikt de wettelijke pensioenleeftijd op 30 juni 2015 en heeft een loopbaan van 43 jaren. Zij heeft geen kinderlast. Zij oefent een beroep uit als werknemer van 1 januari tot 30 juni 2015 voor een totaal brutobedrag van 17.000,00 EUR.
    • Het toegelaten beroepsinkomen voor 2015 bedraagt 6/12 van 22.509,23 of 11.254,50 EUR.
    • Martine overschrijdt het grensbedrag van 11.254,50 EUR met 51,05 %. Vanaf 1 juli 2015 mag zij onbeperkt bijverdienen, maar door haar inkomsten tijdens de periode die vooraf gaat aan haar 65ste verjaardag wordt het pensioen geschorst van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015.
    • Vanaf 1 juli 2015 is het overlevingspensioen volledig betaalbaar.

    De nieuwe grensbedragen gelden vanaf de inkomsten 2015 en zullen jaarlijks worden geïndexeerd.
    In een kalenderjaar waarin verschillende grensbedragen toe te passen zijn (bijvoorbeeld als de kinderlast wegvalt), wordt het hoogste grensbedrag toegepast voor het ganse jaar, behalve voor het jaar waarin men 65 wordt.

    Bij een activiteit als werknemer en de uitoefening van een ambt of mandaat houden we rekening met het bruto-inkomen. Voor een activiteit als zelfstandige is dit het nettobedrijfsinkomen. Oefent men een activiteit uit als werknemer en zelfstandige, dan wordt 80 % van het bruto-inkomen als werknemer genomen + 100 % van het nettobedrijfsinkomen als zelfstandige.

    Toegelaten beroepsinkomsten in 2015 als men jonger is dan de normale pensioenleeftijd:
    Bedrag per activiteit in euro
    Voorwaarden Kinderlast Werknemer, ambt of mandaat Zelfstandige (of mix werknemer-zelfstandige)
    Jonger dan de normale pensioenleeftijd Neen 7.570,00 EUR 6.056,01 EUR
    Ja 11.355,02 EUR 9.084,01 EUR
    Jonger dan 65 jaar
    met alleen overlevingspensioen
    Neen 17.625,60 EUR 14.100,48 EUR
    Ja 22.032,00 EUR 17.625,60 EUR



    Toegelaten beroepsinkomsten in 2015 als men de normale pensioenleeftijd bereikt heeft:
    Bedrag per activiteit in euro
    Voorwaarden Kinderlast Werknemer, ambt of mandaat Zelfstandige (of mix werknemer-zelfstandige)
    Normale pensioenleeftijd Neen 21.865,23 EUR 17.492,17 EUR
    Ja 26.596,50 EUR 21.277,17 EUR
    65 jaar met een loopbaan van 42 jaren of meer Ja of neen Geen beperking Geen beperking

    Bij het berekenen van de beroepsinkomsten wordt rekening gehouden met de opzegvergoedingen, de verbrekingsvergoedingen en de ontslagvergoedingen. Deze vergoedingen worden gespreid over de periode waarop ze betrekking hebben.

    Er wordt geen rekening gehouden met het dubbel vakantiegeld. Met het enkel vakantiegeld wordt wel rekening gehouden en aangerekend in het jaar waarin het betaald wordt.

    Voor het jaar waarin het pensioen ingaat, wordt voor de arbeiders het enkel vakantiegeld geproratiseerd in functie van de ingangsdatum. Voor de bedienden zit het enkel vakantiegeld vervat in de maandelijkse bezoldiging.


    Er geldt geen aangifteplicht meer voor gepensioneerden die een beroepsactiviteit als werknemer starten of verderzetten, behalve in de volgende uitzonderingen:
    • Bij de eerste uitbetaling van het pensioen;
    • Bij de uitoefening van een politiek of ander mandaat;
    • Bij een beroepsactiviteit in het buitenland of genot sociale zekerheidsuitkeringen in het buitenland;
    • Bij wetenschappelijke of artistieke activiteiten;
    • Bij een tewerkstelling als ambtenaar. 

    De uitzonderingsregels voor de politieke of administratieve mandaten blijven behouden, alsook die voor de wetenschappelijke of artistieke beroepsactiviteiten.

    De cumulatie van een pensioen en een sociale uitkering blijft in principe niet mogelijk, behalve bij een overlevingspensioen.

    De cumulatie van een overlevingspensioen met een sociale uitkering blijft mogelijk gedurende maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden. Na de periode van 12 maanden stopt de cumulatie.

    Belangrijkste wijzigingen vanaf 01.01.2013:

    • De cumulatie van een overlevingspensioen was uitsluitend mogelijk met ziekte- of invaliditeitsuitkeringen, onvrijwillige volledige werkloosheidsuitkeringen of aanvullende vergoedingen wegens conventioneel brugpensioen. Vanaf 01.01.2013 wordt de cumulatiemogelijkheid uitgebreid tot uitkeringen wegens loopbaanonderbreking inclusief uitkeringen in het kader van thematische verloven, wegens tijdskrediet of wegens het verminderen van de arbeidsprestaties.
    • Gedurende 12 maanden wordt het bedrag overlevingspensioen beperkt tot 7.934,87 euro aan index 136,09 in plaats van tot het basisbedrag inkomensgarantie voor ouderen.

    Meer informatie over de toegelaten arbeid 



    Pensioenbonus


    Vanaf 1 januari 2014 zijn er nieuwe regels van kracht voor de pensioenbonus.

    Het doel van de nieuwe regeling is:
    • langer werken aanmoedigen;
    • één systeem invoeren dat voor alle stelsels geldt.


    Overgangsmaatregelen

    De ingangsdatum van het pensioen bepaalt welke regeling van toepassing is:

    • Ingangsdatum vóór 1 januari 2014:
       
      Er verandert niets, de bestaande berekeningswijze wordt verder toegepast.
       
    • Ingangsdatum vanaf 1 januari 2014:
       
      • Wie al pensioenbonusrechten opbouwde in de huidige regeling behoudt die en bouwt vanaf 2014 verder op volgens de nieuwe regeling.
      • Wie nog geen pensioenbonusrechten heeft opgebouwd, valt helemaal onder de nieuwe regeling.

    Nieuwe regeling

    Referteperiode

    De referteperiode voor de berekening van de pensioenbonus: 

    • start ten vroegste één jaar nadat vervroegd pensioen mogelijk werd. Pensioenbonusrechten opbouwen kan pas vanaf 60 jaar. De periode loopt door voor wie verder werkt na zijn 65ste.
    • eindigt de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin het rustpensioen ingaat.

    Voor wie geen recht heeft op vervroegd pensioen ligt de startdatum later. De referteperiode begint dan zodra er na 65 jaar verder wordt gewerkt en de loopbaan minstens 40 jaar telt.

    Berekening

    Elke voltijds gewerkte dag levert een pensioenbonus op. Dagen met deeltijdse tewerkstelling worden omgezet naar voltijdse dagen.
    Bijvoorbeeld: 2 halve dagen tewerkstelling gelden dan als één voltijdse dag.

    Periodes van tewerkstelling als grens- of seizoenwerknemer tellen niet mee voor de berekening.

    Bedrag

    Het dagbedrag van de pensioenbonus evolueert progressief, naargelang het aantal maanden dat de pensioendatum wordt uitgesteld. Dit wordt geïllustreerd door de tabel. 

    De bedragen van de pensioenbonus
     Uitstel ingangsdatum pensioen in maanden  Bedrag per dag
    (index 136,09)
     
    1 - 12 geen bonus 
    13 - 24 1,50 EUR
    25 - 36 1,70 EUR
    37 - 48 1,90 EUR
    49 - 60 2,10 EUR
    61 - 72 2,30 EUR
    meer dan 72 maanden 2,50 EUR


    Betaling

    De uitbetaling van de pensioenbonus is gekoppeld aan de ingangsdatum en de werkelijke uitbetaling van het rustpensioen.

    De betaling van het rustpensioen en van de pensioenbonus wordt geschorst wegens: 

    • een verblijf in de gevangenis;
    • het uitoefenen van een niet-toegelaten beroepsactiviteit;
    • een toekenning van een gezinspensioen aan de andere echtgenoot.


    De pensioenbonus is een persoonlijk recht. Na het overlijden van de rechthebbende wordt hij niet meer uitbetaald aan de langstlevende echtgenoot. 

     
    Meer informatie over de pensioenbonus 


    Overlevingspensioen (vanaf 2015, voor bestaande overlevingspensioenen verandert niets)


    Het overlevingspensioen biedt de langstlevende echtgenoot de mogelijkheid een pensioen te krijgen op basis van de beroepsactiviteit als werknemer van de overleden huwelijkspartner.

    De pensioenhervorming wijzigt de toekenningsvoorwaarden. Vanaf 1 januari 2015 zullen weduwen en weduwnaars die op het ogenblik van overlijden van de huwelijkspartner jonger zijn dan 45 jaar recht hebben op een overgangsuitkering in plaats van een overlevingspensioen. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 gradueel opgetrokken tot 50 jaar à rato van 6 maanden per jaar.
     
     Leeftijd  Overleden in
    45 2015
    45 en 6 maanden 2016
    46 2017
    46 en 6 maanden 2018
    47 2019
    47 en 6 maanden 2020
    48 2021
    48 en 6 maanden 2022
    49 2023
    49 en 6 maanden 2024
    50 2025

    De overgangsuitkering wordt gedurende 12 maanden (zonder kinderlast) of 24 maanden (met kinderlast) uitbetaald en mag (onbeperkt) gecumuleerd worden met inkomen uit arbeid en sociale vergoedingen wegens ziekte, invaliditeit, werkloosheid, enzovoort. Het is mogelijk dat de betrokkene vanaf de pensioenleeftijd (vervroegd of gewoon) opnieuw aanspraak maakt op een overlevingspensioen.

    Het recht op een overgangsuitkering wordt zoals bij het overlevingspensioen ambtshalve onderzocht wanneer de overleden huwelijkspartner: 
    • al een pensioen genoot;
    • zijn pensioen had aangevraagd en die aanvraag in behandeling is.
     
    In andere gevallen is een aanvraag nodig.

    Als de aanvraag binnen het jaar na het overlijden wordt ingediend, gaat de overgangsuitkering in op de 1ste dag van de maand:
    • van het overlijden als de overleden huwelijkspartner nog niet met pensioen was;
    • die volgt op de maand van overlijden als de partner al gepensioneerd was.

     
    De overgangsuitkering is onderworpen aan alle inhoudingen.

    Bij een overlevingspensioen of overgangsuitkering waarbij de partner overleden is vóór de ingangsdatum van het rustpensioen wordt het aantal voltijdse dagen voor een volledige loopbaan gebaseerd op de periode van 1 januari van het jaar van de 20e verjaardag tot 31 december van het jaar voorafgaand aan dat van het overlijden.

    In geval van een cumulatie met een laag overheidspensioen kunnen de cumulatieregels eventueel versoepeld worden waarbij voortaan het forfaitair bedrag overeenkomt met 75 % van het minimumrecht per loopbaanjaar.

    Ook het supplement als uit de echt gescheiden echtgenoot wordt in aanmerking genomen voor de cumulatieregels naargelang de betrokkene al dan niet recht heeft op een eigen rustpensioen gebaseerd op de loopbaan tijdens het huwelijk.

    Meer informatie over het overlevingspensioen



    Alle gewerkte maanden tellen mee voor de pensioenopbouw


    In het werknemersstelsel werden de gewerkte maanden in het jaar van pensionering niet meegenomen in de berekening van het pensioenbedrag.

    De pensioenhervorming wijzigt de pensioenberekening vanaf 1 januari 2015 waardoor alle gewerkte of gelijkgestelde maanden zullen meetellen voor de pensioenopbouw. 

    Het pensioenaandeel van het ingangsjaar berekenen gaan we op de volgende manier:
    = het totaal loon van het voorgaande jaar x aantal maanden voorafgaand aan de ingangsmaand van het pensioen/12.

    Meer informatie over laatste gewerkte maanden

    Eenheid van loopbaan: meer dan 45 loopbaanjaren tellen mee voor pensioen


    Volgens het beginsel van eenheid van loopbaan bestaat een volledige loopbaan en een volledig wettelijk pensioen uit maximum 45 loopbaanjaren. Door het beginsel van eenheid van loopbaan voortaan te baseren op dagen in plaats van jaren kunnen meer dan 45 loopbaanjaren meetellen voor het pensioen.

    Concreet zal het beginsel van eenheid van loopbaan niet meer geteld worden in jaren, maar in dagen: het maximum van 45 jaar wordt vervangen door 14.040 voltijdse loopbaandagen. Hierdoor kan aan iemand met onvolledige loopbaanjaren toch een pensioen toegekend worden van meer dan 45 loopbaanjaren. 

    (Opgelet: voor alle andere berekeningen wordt nog altijd rekening gehouden met kalenderjaren.)

    Wat betekent dat concreet?

    Wim begon te werken toen hij 16 was, en gaat op 65 met pensioen.
    Voorheen Enkel de 45 gunstigste jaren tellen mee (in de praktijk de jaren vanaf zijn 20e verjaardag).
    Vanaf 1 januari 2015 We houden rekening met maximum 14 040 voltijdse dagen, ook als sommige van die dagen vóór zijn 20e verjaardag vallen.

    of

    Marie begon te werken toen ze 20 was, en gaat op 67 met pensioen.
    Voorheen Enkel de 45 gunstigste jaren tellen mee.
    Vanaf 1 januari 2015 We houden rekening met maximum 14 040 voltijdse dagen.


    Bij een eventueel teveel aan voltijdse dagen, worden de dagen met de laagste pensioenopbrengst per dag niet meegeteld voor de pensioenberekening. Deze pensioenopbrengst per dag = het pensioenaandeel van een kalenderjaar gedeeld door het aantal voltijdse dagen in dat kalenderjaar.

    In geval van overschrijding van de eenheid van loopbaan was vroeger de vermindering beperkt tot 15 jaar en vanaf nu bij een:
    • rustpensioen: maximum 1.560 VTE’s;
    • overlevingspensioen: maximaal 104 VTE’s x 1/3e van de noemer van de loopbaanbreuk.
    Deze nieuwe regel zal toegepast worden voor pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2015.
     
    Meer informatie over de eenheid van loopbaan 
     

     



        Sitemap
      Laatste wijziging 19/03/2015