Sla navigatie over
FR   DE   NL
 
mypension.be
 


a a a

U bent hier: Professional De pensioenberekening Het gewaarborgd minimum pensioen
De loopbaan
De gezinstoestand
De leeftijd
De vrijwillige bijdragen
Het gewaarborgd minimum pensioen
Voorbeelden
Voorbeeld van een pensioenberekening
Het maximumpensioen
Raming
Betwistingen
Gewaarborgd minimumpensioen

Basic info in English
Formulieren
Betaaldatums
mypension.be
Voor pensioenen die voor de eerste maal ingingen op 1 oktober 2006 heeft het generatiepact nieuwe voorwaarden ingevoerd waardoor werknemers gemakkelijker toegang krijgen tot het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers.

Voor pensioenen die ingaan vanaf 2015 zijn er twee wijzigingen:
  1. de voorwaarden worden nagegaan vóór dat de regels van de beperking tot de eenheid van loopbaan worden toegepast. Zo houden we altijd rekening met de volledige loopbaan als werknemer die niet verminderd door een loopbaan in andere stelsels zoals PDOS of DIBISS;
  2. Wanneer voldaan is aan het streng criterium wordt het basisbedrag voor een volledige loopbaan vermenigvuldigd met een loopbaanbreuk waarvan de teller overeenkomt met het aantal kalenderjaren van minstens 52 VTE’s.


Elk gewaarborgd minimumpensioen heeft specifieke voorwaarden met betrekking tot de duur van de loopbaan en de intensiteit van tewerkstelling per kalenderjaar waarbij telkens een streng of een soepel criterium wordt gehanteerd. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt geen gewaarborgd minimumpensioen toegekend.

Vanaf 1 juni 2015 werden alle maximumbedragen voor een volledige loopbaan gelijkgesteld zoals aangegeven in onderstaande tabel.

Bedragen gewaarborgd minimumpensioen
Bedragen gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige loopbaan
vanaf 1.06.2015 aan spilindex 136,09
Rustpensioen gezinsbedrag Rustpensioen alleenstaande Overlevingspensioen
Jaarbedrag 16.844,72 EUR 13.480,03 EUR 13.268,09 EUR
Forfaitair maandbedrag 1.403,73 EUR 1.123,34 EUR 1.105,67 EUR


De specifieke voorwaarden en verschillende berekeningswijzen blijven echter behouden.

Gewaarborgd minimum voor werknemers
Gemengd gewaarborgd minimum
Gewaarborgd minimum overlevingspensioen
Voorbeelden


Gewaarborgd minimum voor werknemers

Het streng criterium

Bij een berekening volgens het 'streng criterium' moet minstens 2/3e van een volledige loopbaan als werknemer worden bewezen, waarbij elk kalenderjaar minstens 208 VTE (voltijdse dagequivalenten) moet tellen.
Het minimumpensioen wordt berekend door het bedrag gewaarborgd minimum voor een volledige werknemersloopbaan te vermenigvuldigen met de loopbaanbreuk in de regeling voor werknemers. 

De teller van deze loopbaanbreuk komt overeen met het aantal kalenderjaren met ten minste 52 VTE’s.

Voorbeeld

Marcel werd geboren in mei 1952, was altijd aan de slag als werknemer en gaat op 1 juni 2015 met pensioen.
Zijn loopbaan ziet eruit als volgt:

  • 50 VTE’s van 1969 tot 1971;
  • 280 VTE’s van 1972 tot 1980;
  • 312 VTE’s van 1981 tot 2014;
  • 130 VTE’s in 2015.

 
Periode Aantal VTE's per kalenderjaar Totaal VTE's per periode Aantal met minstens 208 VTE's Aantal met minstens 52 VTE's
1969 tot 1971 50 3 x 50 = 150 0 0
1972 tot 1980 280 9 x 280 = 2520 9 9
1981 tot 2014 312 34 x 312 = 10.608 34 34
2015 130 1 x 130 = 130 0 1
    Totalen: 13.408 43 44


De totale loopbaan telt 47 jaren met in totaal 13.408 VTE’s.

Hij voldoet dus aan de voorwaarden om aanspraak te maken op een gewaarborgd minimumpensioen volgens het streng criterium van ten minste 30 jaren met 208 VTE (43>2/3x45).

Het begin van zijn loopbaan telt 3 kalenderjaren met minder dan 52 VTE’s.

Hij heeft dus recht op 44/45sten van het jaarlijks basisbedrag gewaarborgd minimumpensioen gebaseerd op een volledige loopbaan. Dat bedraagt voor een alleenstaande 13.480,03 EUR (index 136,09).
Zijn jaarlijkse pensioen zal dus 13.480,03 EUR X (47-3) / 45 = 13.180,47 EUR bedragen

Het soepel criterium

Bij een berekening volgens het 'soepel criterium' moet minstens 2/3de van een volledige loopbaan als werknemer worden bewezen, waarbij elk kalenderjaar minstens 156 VTE's (voltijdse dagequivalenten) moet tellen.
Het minimumpensioen wordt berekend door het bedrag van het gewaarborgd minimum voor een volledige werknemersloopbaan te vermenigvuldigen met de samengedrukte toekenningsbreuk als werknemer. Deze breuk verkrijgt men door de som van alle voltijdse (VTE) arbeidsdagen en gelijkgestelde dagen te delen door 312. 

Voorbeeld 

Welke prestaties worden in aanmerking genomen voor de 2/3de loopbaanvoorwaarde?

De tijdvakken die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het gewaarborgd minimumpensioen zijn strikt beperkt tot de persoonlijke prestaties van de betrokken werknemer. De jaren als uit de echt gescheiden echtgenoot zullen dus altijd als supplement bij het gewaarborgd minimumpensioen worden uitbetaald.
Uiteraard komen ook de gelijkgestelde perioden in aanmerking. De geregulariseerde studieperioden worden echter niet meegerekend.

Gemengd gewaarborgd minimum

Als de loopbaan van betrokkene niet aan het criterium van 2/3de loopbaan voldoet in de werknemersregeling, maar ook jaren als zelfstandige bevat, dan worden de perioden van tewerkstelling die erkend worden in het pensioenstelsel voor zelfstandigen toegevoegd aan de loopbaan als werknemer om zodoende aan de 2/3de loopbaanvoorwaarde te voldoen.
Ook voor de berekening van het gemengd gewaarborgd minimum wordt onderscheid gemaakt tussen 'het streng criterium' en 'soepel criterium'.

Het streng criterium

208 VTE (voltijdse dagequivalenten).
Het minimumpensioen wordt berekend door het bedrag gemengd minimum voor een volledige loopbaan te vermenigvuldigen met de toegekende loopbaanbreuk in de werknemersregeling. 

De teller van deze loopbaanbreuk  is hier gelijk aan het aantal kalenderjaren als werknemer met ten minste 52 VTE’s.

Voorbeeld

Jan is geboren in maart 1950 en gaat met pensioen op 1 januari 2015. In het begin van zijn beroepsloopbaan was hij werknemer, maar hij werd in 1991 zelfstandige met daarnaast nog een kleine activiteit als werknemer.
Zijn loopbaan ziet eruit als volgt:

  • 312 VTE’s van 1971 tot 1990 als werknemer;
  • 16 VTE’s als werknemer in 1991;
  • 40 VTE’s van 1992 tot 2014 als werknemer;
  • 3 trimesters van 1991 tot 2014 als zelfstandige.
 
Periode Aantal VTE's per kalenderjaar Totaal VTE's per periode Aantal met minstens 208 VTE's Aantal met minstens 52 VTE's
1971 tot 1990 312 20 x 312 = 6.240 20 20
1991 16 1 x 16 = 16 0 0
1992 tot 2014 40 23 x 40 = 920 0 0
1991 tot 2014 3 trimesters 24 x 234 = 5.616 24 1
    Totalen: 12.792 44 21


Een trimester (kwartaal) als zelfstandige komt overeen met (312/12) x 3 = 78 VTE’s.

Zijn loopbaan van 44 jaar voldoet dus aan de voorwaarden gewaarborgd minimumpensioen volgens het streng criterium voor een gemengde loopbaan.

Het jaarlijkse basisbedrag voor een gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige gemengde loopbaan als alleenstaande bedraagt 13.480,03 EUR (index 136,09).

Jan kan dus aanspraak maken op een gewaarborgd minimumpensioen van 13.480,03 EUR X (44-24)/45 = 5.991,12 EUR.

Opgelet, want Jan kan ook aanspraak maken op een gewaarborgd minimumpensioen volgens de voorwaarden en berekeningswijze van het soepel criterium. Dat stemt in zijn geval overeen met 7.176 VTE’s (= 6.240 +16+920) als werknemer en geeft een voordeliger resultaat.

Zijn gewaarborgd minimumpensioen is bijgevolg: 13.480,03 EUR X (7.176/312)/45 = 13.480,03 EUR X 23/45 = 6.889,79 EUR.

Het soepel criterium

De betrokkene moet minstens 2/3de van een volledige loopbaan hebben door de jaren als werknemer en zelfstandige te nemen die elk ten minste 156 VTE (voltijdse dagequivalenten) omvatten.
Het minimumpensioen wordt berekend door het vermenigvuldigen van het bedrag gemengd minimum voor een volledige loopbaan met de samengedrukte toekenningsbreuk in de werknemersregeling.

Opmerking
In dit geval kan betrokkene ook recht hebben op het gewaarborgd minimumpensioen als zelfstandige. Meer informatie over het gewaarborgd minimumpensioen als zelfstandige

Voorbeeld 

Gewaarborgd minimum overlevingspensioen

Bedragen

Qua voorwaarden en berekeningswijze worden 2 minima onderscheiden: een gewaarborgd minimum werknemer en een gemengd gewaarborgd minimum.


Gewaarborgd minimum werknemer

Wanneer de loopbaan van de overleden echtgenoot minstens 2/3de van een volledige loopbaan als werknemer heeft met elk kalenderjaar een minimum aantal VTE (voltijdse dagequivalenten) telt, dan is een pensioenbedrag gewaarborgd dat gelijk is aan het gewaarborgd minimum werknemer voor een volledige loopbaan, vermenigvuldigd met de

  • toekenningsbreuk van het overlevingspensioen, indien er voldaan is aan het streng criterium. 
  • samengedrukte toekenningsbreuk van het overlevingspensioen, als er voldaan is aan het soepel criterium.

Gemengd gewaarborgd minimum

Als de loopbaan van de overleden echtgenoot niet voldoet aan het criterium van 2/3de loopbaan in de werknemersregeling, maar ook jaren als zelfstandige bevat, worden de perioden van tewerkstelling die erkend worden in het pensioenstelsel voor zelfstandigen toegevoegd aan de loopbaan als werknemer.
Als de som van de jaren tewerkstelling als werknemer en zelfstandige gelijk is aan minstens 2/3de van een volledige loopbaan, wordt een bedrag gewaarborgd dat gelijk is aan het gemengd gewaarborgd minimum voor een volledige loopbaan, vermenigvuldigd met de: 
  • toekenningsbreuk van het overlevingspensioen als werknemer, als er voldaan is aan het streng criterium; 
  • samengedrukte toekenningsbreuk van het overlevingspensioen in de werknemersregeling, als er voldaan is aan het soepel criterium.

In dit geval kan de weduwe of weduwnaar ook recht hebben op het gewaarborgd minimumpensioen als zelfstandige.

Meer informatie over het gewaarborgd minimumpensioen als zelfstandige

 

 



  Sitemap
Laatste wijziging 08.06.2015