mypension.be
Voor wie?
Is een aanvraag in te dienen?
Onderzoek van de aanvraag en de beslissing
Pensioenleeftijd
Voorbeelden
Berekening
Uitbetaling
Speciale stelsels
Vakantiegeld
De cumulatie met andere rustpensioenen
De cumulatie met sociale uitkeringen
Feitelijke scheiding
Pensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot
Pensioenleeftijd (Werknemersstelsel)

Basic info in English
Formulieren
Betaaldatums
mypension.be
In België bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar, zowel voor mannen als vrouwen.
Het rustpensioen kan ingaan op de eerste dag van de maand die volgt op de 65ste verjaardag; m.a.w. wie in februari jarig is, kan in maart zijn pensioen opnemen.
In bijzondere stelsels is een preferentiële leeftijd ingevoerd voor bepaalde categorieën werknemers (mijnwerkers, zeevarenden, vliegend personeel van de burgerluchtvaart).

De wettelijke pensioenleeftijd wordt in 2025 (ingangen vanaf 1 februari 2025) verhoogd tot 66 jaar en in 2030 (ingangen vanaf 1 februari 2030) tot 67 jaar.

  • Het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd betekent niet dat het pensioen verplicht is: als de werkgever akkoord gaat, is blijven werken mogelijk. In dat geval moet dan op het gewenste ogenblik een pensioenaanvraag worden ingediend. Een andere mogelijkheid is pensioen in combinatie met een (beperkte) beroepsactiviteit.
  • Betalingen van sociale uitkeringen (ziekte, werkloosheid, brugpensioen…) worden echter stopgezet bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. Wie een sociale uitkering ontvangt, moet het pensioen dus op de wettelijke leeftijd opnemen.




Vervroegde ingangsdatum

Voorwaarde

Voor pensioenen die ingaan vóór 1 januari 2013 is een loopbaan van 35 jaar vereist om het recht op vervroegd pensioen te openen.
Sinds 2013 worden de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden geleidelijk verhoogd volgens het onderstaande schema:

Datum Minimumleeftijd Loopbaanvoorwaarde Uitzonderingen lange loopbanen
2012 60 jaar 35 jaar /
2013 60,5 jaar 38 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 40 jaar
2014 61 jaar 39 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 40 jaar
2015 61,5 jaar 40 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 41 jaar
2016 62 jaar 40 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 42 jaar
61 jaar, bij loopbaan van 41 jaar
2017 62,5 jaar 41 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 43 jaar
61 jaar, bij loopbaan van 42 jaar
2018 63 jaar 41 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 43 jaar
61 jaar, bij loopbaan van 42 jaar
2019 63 jaar 42 jaar 60 jaar, bij loopbaan van 44 jaar
61 jaar, bij loopbaan van 43 jaar



Opmerking:

Wie tijdens deze overgangsperiode verjaart in juni of december en al in de verjaarmaand voldoet aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen, kan de daaropvolgende maand met vervroegd pensioen aan de voorwaarden die gelden in de verjaarmaand en niet aan deze van de ingang van het pensioen. De verjaarmaand bepaalt dus in dit geval de voorwaarden.

Een voorbeeld.


Welke loopbaanjaren tellen mee voor het vervroegd pensioen?

  • Loopbaanjaren met gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling.

    Een kalenderjaar telt mee voor de loopbaanvoorwaarde als een tewerkstelling kan worden bewezen die 'gewoonlijk en hoofdzakelijk' is. Dit betekent dat de betrokkene in het kalenderjaar minstens één derde van een voltijds arbeidsregime heeft gepresteerd (dat wil zeggen minstens 104 arbeids-en/of gelijkgestelde dagen).
    • De kalenderjaren vanaf 1992: de individuele rekening vermeldt het aantal dagen en uren dat iemand heeft gewerkt, en het arbeidsregime (m.a.w. het aantal uren dat met een voltijdse tewerkstelling overeenstemt). De verhouding tussen een voltijdse tewerkstelling en het aantal uren werkelijke tewerkstelling bepaalt het in aanmerking te nemen aantal dagen voltijdse tewerkstelling. Dit aantal moet ten minste 104 bedragen. 
       
    • De kalenderjaren van 1977 tot en met 1991: het totaal aantal arbeidsdagen en/of gelijkgestelde dagen moet gelijk zijn aan 104 voltijdse dagen. Bovendien moet het resultaat van de berekening (zie hieronder) ten minste 0,33 bedragen.



      W = werkelijk loon
      MW = minimumloon
      AD = aantal dagen van gelijkstelling 
       
    • De kalenderjaren van 1955 tot en met 1977: het totaal aantal arbeidsdagen en/of gelijkgestelde dagen moet gelijk zijn aan 104 voltijdse dagen. 
       
    • De kalenderjaren vóór 1955: betrokkene moet minstens 185 dagen van vier uur per dag (1.480 uur in totaal) hebben gewerkt.

      Opgelet:
      De loopbaan die in aanmerking wordt genomen voor de loopbaanvoorwaarde kan enigszins afwijken van de loopbaan die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het rustpensioen werknemer.

  • Loopbaanjaren in andere pensioenregelingen

    Als de betrokkene aan meerdere pensioenregelingen onderworpen is, kunnen we ook rekening houden met tijdvakken die worden aangenomen door de andere Belgische pensioenregelingen (zelfstandigen, FPD - Ambtenarenpensioenen, DIBISS) of, in kader van de internationale overeenkomsten, door de buitenlandse pensioenregelingen.
     
  • Loopbaanjaren in andere pensioenregelingen
    • Als de betrokkene de loopbaan tijdelijk heeft onderbroken om een kind op te voeden (jonger dan 6 jaar) en zich niet in een periode van gelijkstelling bevond (zoals ziekte, invaliditeit of werkloosheid), mag deze periode van onderbreking (maximum 3 jaar) worden bijgeteld voor de loopbaanvoorwaarde. Er moet aan 2 voorwaarden worden voldaan:
      • kinderbijslag ontvangen
      • de beroepsactiviteit hernemen binnen de 5 kalenderjaren (te rekenen vanaf het begin van de onderbreking), gedurende minstens één jaar.
         
      Opgelet:
      De betrokkene krijgt geen pensioen voor deze periode, ze telt enkel mee voor het openen van het recht op het vervroegd pensioen. 
       
  • Het ingangsjaar van het pensioen
    • Het ingangsjaar van het pensioen kan worden meegeteld voor het openen van het recht op het vervroegd pensioen volgens dezelfde voorwaarden (minstens 104 geldige dagen na samendrukking).


Welke loopbaanjaren tellen niet mee voor het vervroegd pensioen?

De volgende jaren tellen mee voor de berekening van het pensioen, maar niet om vast te stellen of aan de loopbaanvoorwaarde van het vervroegd pensioen is voldaan:  
  • geregulariseerde studieperiodes;
  • door vrijwillige bijdragen geregulariseerde jaren;
  • jaren als uit de echt gescheiden echtgenoot.


SWT/brugpensioen en het vervroegd pensioen

Het vervroegd pensioen kan niet worden toegekend aan de gerechtigden op een voltijdse SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, vroeger bekend onder de naam “conventioneel brugpensioen”): voor hen geldt de wettelijke pensioenleeftijd en wordt dus altijd een ambtshalve onderzoek opgestart.

Bijgevolg moet de gepensioneerde in deze regeling blijven tot zijn 65e, zijn 66e (vanaf 2025) of zijn 67e (vanaf 2030).


Behoud van opening recht op een vervroegd pensioen

Zodra een werknemer op een bepaald ogenblik voldoet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om met vervroegd pensioen te gaan, behoudt hij dat recht. Hij kan dus later altijd met vervroegd pensioen gaan, ook al voldoet hij op die latere ingangsdatum niet aan de strengere voorwaarden die dan gelden. Met andere woorden: wie in 2012 voldeed aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, kan met vervroegd pensioen gaan in 2013, 2014, 2015,… ook al gelden er dan andere en strengere voorwaarden.

Uitzonderingen waarbij men toch nog vervroegd met pensioen kan tot eind 2016  

  • Voor sommige werknemers die in 2012 net niet aan de voorwaarden voldeden, is er ook een uitzondering voorzien als ze op 31 december 2012 tussen 57 en 61 jaar zijn (geboren vóór 1 januari 1956) en net niet aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voldoen. Zij kunnen uitzonderlijk toch nog ten vroegste op 62 jaar met pensioen na een loopbaan van 37 jaar volgens het onderstaande schema:

    Overgangsmaatregelen bijna-gepensioneerden
    Leeftijd op 31.12.2012 Aantal kalenderjaren van de loopbaan op 31.12.2012 Leeftijd vervroegd pensioen
    61 34 64
    60 34 63
    33 64
    59 36 62
    35 62
    34 62
    33 63
    32 64
    58 35 62
    34 62
    33 62
    32 63
    57 34 62
    33 62
    32 62

    Anders zouden deze werknemers wegens een te korte loopbaan de ingangsdatum van hun pensioen 3 tot 5 jaar moeten uitstellen, terwijl dit nu slechts 2 jaar is.

  • Werknemers die schriftelijk en individueel met hun werkgever waren overeengekomen dat ze met vervroegd pensioen gingen, behouden deze mogelijkheid aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60 jaar en met 35 jaren loopbaan).

    Het gaat hier om uitstapprocedures die werden opgestart vóór 28 november 2011 in het kader van het arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, tijdskrediet, loopbaanonderbreking,… Om van deze uitzonderingsmaatregelen gebruik te kunnen maken moet de toekomstige gepensioneerde de nodige bewijzen voorleggen aan de FPD - Werknemerspensioenen.
     
  • Werknemers waarvan de opzegtermijn inging vóór 1 januari 2012 en eindigt na 31 december 2012 kunnen op het einde van die opzeggingstermijn toch vervroegd met pensioen gaan.
     
  • Werknemers die vóór 28 november 2011 schriftelijk en individueel met hun werkgever waren overeengekomen om met pensioen te gaan behouden die mogelijkheid aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60, met 35 jaren loopbaan).
    Deze overeenkomst moet wel afgesloten zijn:
    • buiten het conventioneel brugpensioen;
    • in het kader van een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst of een pensioenreglement. 
       
  • Werknemers die vóór 28 november 2011 een aanvraag tot vervroegd pensioen ingediend hebben, behouden die mogelijkheid van vervroegd pensioen aan de vroegere voorwaarden (ten vroegste op 60, met 35 jaren loopbaan). 


Uitzonderingen vervroegd pensioen vanaf 2017 
 
  • Ontslag met opzegvergoeding of -termijn

    Een werknemer kan met pensioen gaan als hij op:
    • de ingangsdatum van zijn pensioen
      en
    • het einde van de opzegtermijn of opzegvergoeding
    voldoet aan de voorwaarden van het ingangsjaar 2016, ofwel: 
     
    Minimumpensioenleeftijd Loopbaanvoorwaarde Uitzonderingen lange loopbaan
    62 jaar 40 jaar 61 jaar, bij loopbaan van 41 jaar
    60 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

    en zich ook in de volgende situatie bevindt:
    • Hij nam of kreeg ontslag.
    • Hij heeft een overeenkomst met de werknemer om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst.
    • Zijn opzegvergoeding of de opzegtermijn gaat in vóór 9 oktober 2014 en eindigt na 31 december 2016.
       
  • Onderlinge overeenkomst met werkgever

    Ook een werknemer die in onderling overleg met zijn werkgever een individuele schriftelijke overeenkomst heeft in het kader van een collectieve arbeidsovereenkomst om een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst kan met vervroegd pensioen als hij:
    • aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het ingangsjaar 2016 (zie tabel 1 ) voldoet; en
    • de overeenkomst is afgesloten:
      • buiten een SWT-regeling;
      • in het kader is van een arbeidsovereenkomst die dateert van vóór 9 oktober 2014;
      • om met vervroegd pensioen te gaan.
    Als een werknemer van deze uitzonderingen wil gebruik maken zal de FPD - Werknemerspensioenen een kopie vragen van de overeenkomst, het arbeidsreglement, CAO of het pensioenreglement. 
     
  • Geboren vóór 1958

    Wie minimum 59 jaar is in 2016 (geboren vóór 1958) kan met vervroegd pensioen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het ingangsjaar 2016, verhoogd met 1 jaar, ofwel: 
     
    Overgangsmaatregelen 2017 bijna-gepensioneerden geboren vóór 1958
    Geboortejaar Datum Minimum-
    pensioenleeftijd
    Loopbaan-
    voorwaarde
    Uitzonderingen lange loopbanen
    Vóór 1958 Vanaf 2017 63 jaar 41 jaar

    61 jaar, bij loopbaan van 43 jaar
    62 jaar, bij loopbaan van 42 jaar

     

Voorbeelden

Enkele voorbeelden in verband met de vervroegde ingangsdatum van het pensioen.


Is het bedrag van het rustpensioen als werknemer kleiner als de ingangsdatum wordt vervroegd?


Als een persoon beslist zijn pensioen vervroegd op te nemen, is de duur van de loopbaan korter wat een vermindering van het pensioenbedrag tot gevolg kan hebben.

Bijvoorbeeld:
Iemand begon te werken toen hij 20 was, en zijn pensioen gaat in op 60 jaar. Dan zal de totale duur van de diensten die in aanmerking worden genomen 40 jaar bedragen, terwijl het 45 jaar zou zijn geweest als het pensioen was ingegaan op 65 jaar.
Als de pensioenopbouw tijdens de laatste jaren gelijk blijft is het pensioenbedrag ongeveer 12,5 % lager (5 jaren stemt overeen met 1/8).
De vermindering is echter dikwijls groter doordat het pensioenbedrag dat wordt toegekend voor de laatste jaren dikwijls veel groter is dan het bedrag dat wordt toegekend voor de eerste jaren. De lonen aan het begin van de loopbaan zijn immers gewoonlijk veel lager dan aan het einde, hoewel ze geherwaardeerd worden.

Bovendien kan door langer te werken eventueel nog een pensioenbonus worden toegekend.

Meer informatie over de pensioenbonus.

 

 



  Sitemap
Laatste wijziging 31/03/2016