mypension.be
U bent hier: Professional Uitkeringen van de FPD De IGO De begrippen
De begrippen ‘alleenstaande’ en ‘dezelfde hoofdverblijfplaats delen’

Schrijf u in voor de e-news
Basic info in English
Formulieren
Betaaldatums
Het begrip ‘dezelfde hoofdverblijfplaats delen’

De aanvrager en iedere andere persoon die gewoonlijk samen op dezelfde plaats verblijven, worden geacht dezelfde hoofdverblijfplaats te delen.

Dit gewoonlijk verblijf blijkt uitsluitend, hetzij uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters van de gemeente waar de betrokkenen wonen.

Als de aanvrager zijn hoofdverblijfplaats met andere personen deelt (geen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn), zal de berekening van zijn IGO gebeuren op basis van het basisbedrag.
 
Het meest voorkomende geval van ‘samenwoonst’ is een gehuwd of wettelijk samenwonend koppel waarvan een van beide, ofwel beiden, aan de leeftijdsvoorwaarde voldoen om de IGO te verkrijgen, en bij wie geen andere personen inwonen:
  • indien enkel één van beide aan de leeftijdsvoorwaarde voldoet, kan hem, na onderzoek van zijn bestaansmiddelen en die van de persoon die met hem dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, het basisbedrag toegekend worden;
  • voldoen beide echtgenoten aan de leeftijdsvoorwaarden, wordt, indien zij beiden een aanvraag hebben ingediend, na onderzoek en aftrek van het niet vrijgestelde gedeelte van de bestaansmiddelen en de pensioenen, aan elk apart het basisbedrag toegekend.

In deze twee gevallen wordt de helft van het totaal van de bestaansmiddelen en de pensioenen in aanmerking genomen voor de berekening van hun persoonlijke IGO.

Dezelfde regel geldt wanneer twee of meerdere personen (geen bloed- of aanverwanten in de rechte neergaande lijn) al dan niet van hetzelfde geslacht, een feitelijk gezin vormen.

Wettelijke samenwoonst wordt hier gelijkgesteld met een huwelijk omdat de partners een schriftelijke verklaring hebben afgelegd volgens artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek.

De speciale toestand voor gemeenschappen (geestelijken of leken)

Voor de leden die in een gemeenschap leven wordt de IGO toegekend aan het basisbedrag, zonder dat de bestaansmiddelen en pensioenen van de overige leden van de gemeenschap in aanmerking worden genomen.


Het begrip ‘alleenstaande’

Het verhoogde basisbedrag (= basisbedrag x 1,5) wordt enkel toegekend aan personen die hun hoofdverblijfplaats niet met één of meer andere personen delen.

De reglementering voorziet evenwel een aantal uitzonderingen op deze regel. Het verhoogde basisbedrag mag worden toegekend aan en behouden worden door de gerechtigde die zijn hoofdverblijfplaats uitsluitend deelt met:
  • minderjarige kinderen;
  • meerderjarige kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten;
  • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn;
  • personen die in hetzelfde rusthuis of hetzelfde rust- of verzorgingstehuis, of in hetzelfde psychiatrisch verzorgingstehuis worden opgenomen.

Opmerkingen:


  • Om een IGO als alleenstaande te kunnen toekennen, moet het gaan om bloed- of aanverwanten in de rechte opgaande en/of neergaande lijn. Het is zonder belang of de ouders bij hun kinderen gaan inwonen of omgekeerd, er is geen beperking in graad. 
     
  • Minderjarige kinderen of meerderjarige kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten maar die geen bloed- of aanverwanten zijn in de rechte lijn, worden ook buiten beschouwing gelaten.
     
     
  • Voor de berekening van de IGO worden de bestaansmiddelen van de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn uitgesloten. Ook met de eventuele bestaansmiddelen van de minderjarige kinderen of de meerderjarige kinderen waarvoor betrokkene kinderbijslag ontvangt, wordt geen rekening gehouden. Met andere woorden: enkel de pensioenen en de bestaansmiddelen van de aanvrager en de andere dan eerder genoemde samenwonenden tellen mee.
     
     
  • Het totaal van de bestaansmiddelen wordt gedeeld door het aantal samenwonenden van wie de bestaansmiddelen in aanmerking werden genomen. Niettemin worden de minderjarige eigen kinderen of meerderjarige eigen kinderen waarvoor kinderbijslag wordt genoten, in de deler opgenomen.
    Dit zijn dus de eigen kinderen, stiefkinderen, adoptiekinderen of kinderen die door een gerechtelijke beslissing (voogdij) werden geplaatst. Kleinkinderen en achterkleinkinderen worden niet in de deler opgenomen.
     
  • Wanneer de aanvrager of zijn partner (huwelijk of samenlevingscontract) verblijft in een rust- en verzorgingstehuis (RVT) dat niet geregistreerd is als hoofdverblijfplaats van de aanvrager, wordt steeds het verhoogd (“alleenstaande”) IGO-bedrag toegekend, maar wordt er wel rekening gehouden met de inkomsten van beide partners en wordt het totaal van alle inkomsten gedeeld door 2.
    Alleen wanneer de aanvrager en/of de partner het RVT als hoofdverblijfplaats heeft/hebben wordt er enkel rekening gehouden met de inkomsten van de aanvrager en is de deler = 1.

 

 



  Sitemap
Laatste wijziging 24/01/2017 | Disclaimer

Deze site gebruikt cookies.
Ok, ik begrijp het